de verontrustende schoonheid van houvast
Wij willen niet betogen, wij willen vertellen. Wij willen niet
op een zeepkist, wij willen rond een kampvuur.
Wij willen u meeslepen. Wij willen moderne mythes voor u maken.
Wij zien in de kleine zaal experimenten en beeldende kunst en wij
zien in de grote zaal traditionele verhalen in bekende vormen.
Wij zien in de foyer van de kleine zaal theatermakers onder elkaar
en wij zien in de foyer van de grote zaal de theaterminnende meute
onder elkaar. Wij kunnen uitzonderingen opnoemen, maar wij zien
in de kleine zaal een gebrek aan verhaal en in de grote zaal een
gebrek aan gevaar. Wij willen gevaarlijke verhalen in de kleine
zaal.
(Wij zien dat het onderscheid tussen groot en klein op theaterfestivals
vaak verdwenen is. Wij houden van festivals.)
Wij willen niet experimenteren om te onderzoeken waar de grenzen
zijn. Wij willen niet experimenteren om de vrijheid van de oneindige
mogelijkheden te ervaren. Wie vrij is kan kiezen en wie kan kiezen
moet kiezen. Zonder keuzes is alles toeval en willekeur. Nu alles
kan en mag op toneel, willen wij ergens voor kiezen. Wij kiezen
voor wat de kern van theater is: het vertellen van een verhaal.
Wij willen experimenteren om nieuwe vormen van verhaal te vinden.
Wij willen experimenteren om erachter te komen hoe ons verhaal
doeltreffend wordt. Wij willen niet experimenteren op het podium,
wij willen experimenteren in de repetitieruimte. Wanneer wij klaar
zijn met experimenteren, zijn wij klaar om te vertellen.
Wij houden van verhalen. Verhalen zijn voor theater wat water is
voor planten en wat water is voor planten is wat theater is voor
allen.
Wij willen dat onze verhalen schoonheid hebben. Schoonheid is houvast,
houvast is schoonheid. Wij willen de schoonheid van houvast.
Wij willen niet verwarren. Wij willen niet verwarren, maar verontrusten.
(Verwarren als in: niet begrijpen en niet weten wat je er mee moet;
verontrusten als in: wel begrijpen maar niet weten wat je er mee
moet.) Wij vinden dat er verwarring genoeg is en verontrusting
te weinig.
Wij willen dat onze verhalen een verontrustende schoonheid hebben.
Wij willen de verontrustende schoonheid van houvast. Niet de schoonheid
van het vergeten, maar de schoonheid van het besef, de schoonheid
van de bevattelijkheid, de bevattelijkheid die op waarheid lijkt.
Wij vertellen unheimische verhalen, gevaarlijke verhalen.
Wij zijn niet obsceen of exhibitionistisch, maar ook niet voorzichtig
of tactvol. Wij zijn er niet op uit om te shockeren. Wij houden
van gevaarlijke verhalen omdat gevaar ons scherp houdt. Wij willen
scherp zijn.
Wij willen voelbare verhalen. Wie voelt is scherper dan wie denkt.
Wij willen niet de waarheid vertellen. De waarheid is een koe:
mooi van eenvoud en er zijn er heel veel van.
Wij willen waarheden vertellen, waarheden als koeien.
Wij willen dat de zeggingskracht van ons werk universeel is. Wij
willen generiek zijn. Met generiek willen wij zeggen: universeel
niet door abstract, maar door concreet te zijn. Wij willen zo concreet
zijn dat het begrijpelijk wordt. Wij willen zo generiek zijn als
een verkeersbord, als muziek, als een sprookje. Wij zien de kracht
in de eenvoud.
Ons theater gaat niet over actualiteiten. ‘Theater moet niet
zijn zoals onze wereld is, niet zoals onze wereld zou moeten zijn,
maar zoals het zich voordoet in onze dromen’ (parafrase Tsjechov).
Ook wanneer wij dit letterlijk nemen, vinden wij het aanbevelenswaardig;
kenmerken van dromen als disproporties, symbolisatie, verdichting
van betekenissen en ambivalenties staan hoog in ons vaandel.
Een mythe vertelt meer over de mens dan de krant van vandaag. Theater
dat te realistisch wordt, verliest zijn zeggingskracht. Magie is
geloofwaardiger dan realisme. ‘Niets zorgt voor zo veel onechtheid
als de hang naar echtheid’ (Arnon Grunberg, De techniek
van het lijden)
Wij willen tastbare verhalen. Wij willen een fantasie die tastbaar
is.
Wij willen dat toneelkunst kunst is. Wij willen gestileerd zijn,
als in vormgeving, als in fotografie, als in mode. Wat gestileerd
wordt, wordt betekenisvol, wordt generiek, wordt autonoom, gaat ‘op
zichzelf staan’.
Wij willen op onszelf staan. Wij willen zelf onze stukken schrijven.
Klassiekers zullen wij niet opvoeren zonder die te stilleren conform
onze fascinatie met die klassieker.
Wij willen onze koers laten bepalen door onze fascinaties, zodat
ons hart ons werk nimmer verlaat. Wij geloven dat hartstocht een
noodzakelijke voorwaarde voor zeggingskracht is.
Wij hebben geen doelgroep. Ons inziens is het niet goed om een
doelgroep te hebben. Theater voor doelgroepen is ofwel educatie
ofwel entertainment. Ons doel is educatie noch entertainment. Wij
proberen de samenstelling van ons publiek niet te beïnvloeden
door voor een bepaalde thematiek of stijl te kiezen. Wij willen
geen deurbeleid. Wij willen ons publiek niet betrokken houden door
zijn wensen te vervullen, maar door zijn aandacht vast te houden.
Door hem scherp te houden.
Het doel van een buschauffeur is niet om mensen naar hun bestemming
te brengen. Het doel van een buschauffeur is om in een bus te rijden.
Evenzo is het ons doel om theater te maken. Dat neemt niet weg
dat de buschauffeur allerlei maatschappelijke functies heeft. Evenzo
hebben wij als theatermakers maatschappelijke functies.
Wat wij zien als de belangrijkste maatschappelijke functie van
theater is het volgende. Het maken van theater en het kijken naar
theater is een kennisverwervend proces. ‘We komen dingen
te weten over de wereld en onszelf die we eerst niet wisten, we
leren ons sociaal en verbaal onbewuste kennen, maken kennis met
domeinen en realiteiten waarvoor ons tot nu toe letterlijk de woorden
ontbraken, irrealiteiten waarvan we tot nu toe geen vermoeden hadden,
ondergaan andere wijzen van emotieverwerking, ervaren verfijnde
bewustzijnsgradaties of –modi, experimentele taalsituaties,
verbeeldings- en denklabyrinten.’ (Sybren Polet over literatuur)
Theater maakt ‘andere wijzen van existeren denkbaar en voorstelbaar’ (idem).
Wij behouden ons het recht dit manifest ten allen tijde te vereren,
te negeren of te veranderen. |